Zeeland 1687 30 gulden

From CoinVarieties
Jump to navigation Jump to search
Schulman auction 388, lot 62
Schulman 388-0062r.jpg

This specimen was lot 62 in Schulman auction 388 (Amsterdam, December 2025), where it sold for €17,000 (about US$23,954 including buyer's fees). The catalog description[1] noted,

"30 Gulden, ZEELAND Provincie 1580 - 1795, 1687, Gold In goud geslagen op het gewicht van 6 dukaten. Staande ridder met zwaard achter gekroond provinciaal wapen . LUCTOR ❀ ET ❀ - EMERGO ❀ ♖ ❀. Kz. helmteken, daar omheen zes wapentjes van de Zeeuwse steden verbonden door een krullend lint, daartussen waarde 30. - .G, omschrift MO ❀ NO ❀ AUR ❀ ORDIN ❀ ZEELANDIAE ❀ 1687 ❀. Uit de Zeeuwse Leeuw collectie -> uit veiling Schulman 23 van 15 nov. 1999, no. 487. RRRR. Van de allerhoogste zeldzaamheid Prachtexemplaar met gematteerde details. Het laatste cijfer van het jaartal is helaas na het slaan artificieel aangepast; wanneer dit exact is gebeurd, is onduidelijk. Prachtig +. (30 Guilders of 1687, province of Zeeland, 1580–1795, Struck in gold at the weight of 6 ducats. Obverse: Standing knight with sword behind a crowned provincial coat of arms. LUCTOR ❀ ET ❀ - EMERGO ❀ ♖ ❀. Reverse: six small coats of municipal arms surrounding a shield with plumes, connected by a curling ribbon; between them, the value "30. - .G"; legend: MO ❀ NO ❀ AUR ❀ ORDIN ❀ ZEELANDIAE ❀ 1687 ❀. From the Zeeland Lion Collection, previously from Schulman Auction 23, Nov. 15, 1999, lot no. 487. Of the utmost rarity. A magnificent specimen with matte details. Unfortunately, the final digit of the date was artificially altered after striking; exactly when this occurred remains unclear. Extremely fine or better.)

Van zowel de Zeeuwse Daalders als de Dubbele daalders bestaan enkele opvallende varianten met onder andere tekstafwijkingen en afslagen in een ander gewicht of metaal. Het stuk waar dit het duidelijkst tot uiting komt is de gouden Dubbele daalder, waar, in plaats van ARG (van Argentum, zilver) nu AUR (van Aureum, goud) wordt gesteld. Daarnaast is de waarde van 10 Schelling in 30 Gulden veranderd. Ook van de Zilveren rijder en de Zilveren dukaat zijn varianten met AUR in het omschrift bekend. In de literatuur is de gouden variant van de Zilveren Dukaat bekend als 'ontwerp gouden rijksdaalder'. (Several notable variants exist for both the Zeelandic Daalders and the Double Daalders, featuring—among other things—textual deviations and strikes produced in a different weight or metal. The piece in which this is most clearly evident is the gold Double Daalder, where, instead of "ARG" (from "Argentum", meaning silver), "AUR" (from "Aureum", meaning gold) is now inscribed. Additionally, the value designation has been changed from 10 "Schellingen" to 30 Guilders. Variants featuring "AUR" in the legend are also known to exist for the Silver Rider and the Silver Ducat. In numismatic literature, the gold variant of the Silver Ducat is known as the "gold Rijksdaalder pattern.")

Hoewel de waarde overeenkomt met het gewicht van 6 of van 12 Dukaten en deze munten technisch gezien dus gecirculeerd zouden kunnen hebben, wordt van de stukken geen melding gemaakt in de overzichten van de muntbussen. Het zeer geringe aantal dat in totaal geslagen moet zijn geweest (en daarmee de nog kleinere hoeveelheid die is overgeleverd) wijst erop dat de aanmunting voor de omloop niet zal hebben plaatsgevonden. Van der Wiel stelt, in zijn artikel 'De Zeeuwse daalders en dubbele daalders (1676-1693)' in het Jaarboek voor Munt- en Penningkunde 1986, pp. 73-91, dat het om stukken ging die een functie kunnen hebben gehad als zogeheten 'negotiepenningen', vergelijkbaar met Gouden dukaten. Dit was in de 17e eeuw een vaker voorkomend fenomeen, waar bijvoorbeeld ook de 8 Escudos van Spanje onder vallen. Dergelijke grotere gouden muntstukken zouden vooral voor de overzeese handel zijn aangemunt. (Although their value corresponds to the weight of 6 or 12 Ducats—meaning that, technically speaking, these coins could have circulated—no mention of these pieces is found in the mint records. The extremely small number that must have been struck in total (and, consequently, the even smaller quantity that has survived) suggests that this coinage was not intended for general circulation. In his article "De Zeeuwse daalders en dubbele daalders (1676-1693)"—published in the Jaarboek voor Munt- en Penningkunde 1986, pp. 73–91—Van der Wiel posits that these pieces may have served a function as so-called "trade coins" (negotiepenningen), comparable to gold Ducats. This was a relatively common phenomenon in the 17th century—a category that also includes, for instance, Spain's 8 Escudos. Such larger gold coins were likely minted primarily for use in overseas trade.)

Van Gelder vermeldt in 'Gouden afslagen van zilveren munten' in het Jaarboek voor Munt- en Penningkunde 1948, pp. 101-105, dat in 1687 de Generaalmeesters protesteerden tegen het slaan en circuleren van dergelijke gouden munten. Volgens de auteur zijn veel van de grotere gouden exemplaren juist in dat jaar geslagen, deze klacht zou daarop een reactie zijn geweest. Welke functie de stukken hebben gehad is heden ten dage nog steeds niet helemaal duidelijk; destijds werd gevreesd dat ze, weliswaar onofficieel, als veelvoud van de Gouden dukaat in omloop zouden zijn gebracht. Van Gelder acht het goed mogelijk dat ze als presentie- of nieuwjaarspenning zijn geproduceerd. (In his article "Gouden afslagen van zilveren munten" [Gold Strikes of Silver Coins], published in the Jaarboek voor Munt- en Penningkunde (Yearbook for Numismatics and Medallic Art) in 1948 (pp. 101–105), Van Gelder notes that in 1687, the General Masters protested against the striking and circulation of such gold coins. According to the author, many of the larger gold specimens were struck precisely in that year; this complaint was likely a reaction to that activity. The exact function these pieces served remains somewhat unclear to this day; at the time, it was feared that—albeit unofficially—they might be put into circulation as multiples of the Gold Ducat. Van Gelder considers it quite possible that they were produced as presentation pieces or New Year's medals.)"

The SCWC lists these patterns for 1684, 1686 and 1687, all rare.

Recorded mintage: unknown.

Specification: 20.94 g, 0.986 fine gold, this specimen 20.70 g.

Catalog reference: KM A65, Delm. 893 suppl. ; V. 80.1; Fr-309 (103).

Source:

  • Delmonte, A., Le Bénélux D'or, Amsterdam: Jacques Schulman N.V., 1964, with supplements to 1977.
  • Friedberg, Arthur L. and Ira S. Friedberg, Gold Coins of the World, From Ancient Times to the Present, 9th ed., Clifton, NJ: Coin and Currency Institute, 2017.
  • Cuhaj, George S., and Thomas Michael, Standard Catalog of World Coins, 1601-1700, 6th ed., Iola, WI: Krause Publications, 2014.
  • van der Wis, Jan, and Tom Passon, Catalogus van de Nederlandse Munten geslagen sind bet aantreden van Philips II tot aan het einde van de Bataafse Republiek (1555-1806), 2nd ed., Apeldoorn, Netherlands: Omni-Trading b.v., 2009.
  • [1]Absil, Andrew, Olle Cederholm, Erik de Visser and Rik van Noorloos, Schulman sale 388: 145 Year Jubilee Sale, Amsterdam: Schulman b.v., 2025.

Link to: